zondag 4 november 2018

Bundel 'Voorbij Dichterbij'


Zevenenzestig

Je weet nog goed
Hoe jullie in de Opel
Die door je opa werd bestuurd
Over de Holterberg reden

Je weet nog goed
De wandelingen tussen velden graan
In dragelijke avondzomer

Denk je daar weer aan
Komt In The Summertime
Vanuit de autoradio

Terwijl dat drie jaar later
Pas een hit werd

Toen er al zoveel anders was

Helden

Het waren eens de helden
Die zich door tienermeisjes
Op nog niet door eerste vriendjes
Vastgepakte puberhanden lieten dragen
En geadoreerd en door de manager bestuurd
De fans in gillend katzwijm lieten smachten
Naar een volgend kassucces

Het waren ooit de helden
Die zich door voetbalkijkers
Op een nog hoger dan het aantal goals
Verheven voetstuk lieten plaatsen
En gefortuneerd en met de spieren soms verzuurd
De clubs op gouden benen lieten bieden
Bij een volgende transfer

Nu is de roem vergaan
En zien zij als zij dat nog kunnen
Hoe jongeren in soortgelijke rollen
Die van de held met verve spelen

Zij gaan dezelfde weg

Maar waren onze helden stripfiguren
Dan konden zij tot in de eeuwigheid der tijd
Door kundig kopiërend tekenaarstalent
Blijvend steeds

De helden blijven

Schichten Van Donar

Als Donar, God van de Donder
In woede ontstoken
Met zijn wagen in razende vaart
Voort wordt getrokken door de twee bokken
In het donker van de aardzwarte nacht

En Mjöllnir, zijn magische hamer
Geworpen wordt
Waardoor bliksem ontstaat
Die de wereld met geseling straft

Dan heeft de nietige mens
Onder de boom geen verweer

De vlieger van Benjamin Franklin ten spijt
Flitsen de schichten
En belichten de duisternis
In de laatste secondes

Van in de ogen der Goden
Nietig bestaan

Bitter

Zij is nu als haar thee zo bitter
Dat suiker niet meer helpen wil

De zoete zwoele smaak van vroeger
Moderne tijd vol bitterheid

Ooit stemden kinderstemmen vrolijk

Olijk kijkt het kind haar aan
Maar deze ogen zullen zien
Wat reeds de oude zagen

Woorden niet meer uitgesproken
Circulerend, repeterend
Zuurstof uit de hersens werend

Een afgesloten raam

Zo bitter is haar afgekoelde té-
Levisie brengt nog mensen

In de echtheid als bezoek
Zouden zij wat zoetheid geven

Maar eenzaam bitter blijft haar thee

Dat Alles

Dat de zesde trede van de trap
Die de zolder met het huis verbond
Bij een betreden kraakte
En zijn aanwezigheid verried
Als er al iemand luisterde

Dat schuinheid van het zolderdak
Halvering van zijn ruimte impliceerde

Dat elk gewassen laken
In geval van regenval
En in het trapgat opgehangen
Net als de vuile was
Dan niet naar buiten mocht

Dat alles was zoals het was

Maar ook dat isolerend materiaal
Niet enkel om de koude te verdrijven
In het dak was aangebracht
Maar zich ook genesteld had

In plaats van zelfvertrouwen

Verliezingsdag

De roodgestipte uitgevouwen lijsten
Op de politieke voorkeur
Van de kiezers gesorteerd
Laten, terwijl de dag veravond
Door het geknars van kandidatentanden
De spanning
Meer, want luider, hoorbaar zijn

Wanneer dan, door verschil in hoogte
Van de stapels uitgebrachte stem
Zich de waarheid heeft getoond
Spreekt de daaruit blijkende verliezer
In met moed gevulde schoenen
Sip van toon
Zijn aanhang toe

En de overwinnaar slaat
Zijn eerder politieke gade gade
Quasi mededogend maar
Meedogenloos

De vuist haast overstromend
Door zijn lach

Kerstgedachte

Als ik aan het kerstgebeuren denk
Voel ik ieder jaar mijn hart weer bonzen
Met gretigheid denk ik aan mijn geschenk
En de rijk gevulde tafel voor de onzen

Geen boodschap aan de herders en de ster
Of aan de vrede die men wil bereiken
De kans daarop ligt volgens mij te ver
We gaan maar eens een leuke show bekijken:

Raketten worden afgevuurd !
– Heb jij mij wel een kaart gestuurd ?
Ze zijn weer aan het bombarderen !
– Wil jij voor mij een toastje smeren ?

Dan lig ik 's avonds uitgeteld in bed
De flessen leeg en weer teveel gegeten
Mijn wekker is voorlopig uitgezet
En dat geldt evenzeer voor mijn geweten

Moedeloosheid Is Een Deur

Moedeloosheid is een deur
Is een deur, is een deur
Moedeloosheid is een deur, is een deur
Is een vastgeklemde deur

Is een maar-niet-bellen deur
Is een dichte, licht ontwrichte
Onverrichter-zake deur
Is een deur, is een deur
Is een versperring, is een deur
Is een misschien-toch, is een deur

Is een wil-meedoen, een wil-lachen
Een wil-leven deur
Is een deur, is een deur

Moedeloosheid is een deur, is een deur
Is een deurtje
Op een kier

Awakening Nr. 2

Een kleed zo donker als de nacht
Ligt in plooien op de stad
De maan, weerhouden door de wolken
Mag zo het zonlicht niet weerkaatsen

In de somberheid van mijn vermoeide hoofd
Lopen gedachten in verlichte straten
Waar liggend in een diepe slaap
Ik mensen uit mijn nu en toen ontmoet

Zij sluiten snel een coalitie
Van vermanend vingers wijzen
En tijdens mijn nog schuldbewust herkennen
Van de stemmen glijden deze langzaam weg

Mij op mijn Mea Culpa attenderend
Werpen wolkenkrabbers schaduw
Op mij, verloren wandelaar
Lopend langs betrapte stenen gevels

Dan wordt aan het einde van het verste block
Een roze schijnsel sterker
Het donker van de nacht verdrijvend

Hoog boven mij, vanuit een raam
Klinkt traag en ijl en scherp
Een stem vol eenzaamheid

Een jazztrompet

Aubade aan de nieuwe dag

Voetbalvrouwen

Bij de term voetbalvrouwen
Dacht ik aan hen die na hun trouwen
Met creditcard en luide keel
Het P.C. Hooftstraatpersoneel
Dure kleding onder snauwen
Naar hun bolides toe liet sjouwen

Een ander type voetbalvrouwen
Steekt wél de handen uit de mouwen
Waarbij hun benen dan presteren
Waar heren nog van kunnen leren
Maar daarvoor krijgt men haast zoveel
Als P.C. Hooftstraatpersoneel

Orakel

Mocht hij ooit
Zo'n negentig jaar oud zijn

En op een stoel gezeten
Voor een uitverkochte zaal

Onverstaanbaar
Zijn 'Blazend in de Wind'
Vanaf papier nog fluisteren

Dan zal men in aanbidding juichen

Als het orakel van weleer
Ook aan hen nog is verschenen

En men dat later zeggen kan

De Vijfhoek

In weer en wind
Een buurt met een wirwar
Van straatjes en steegjes
Waarin kunstenaars huizen
Gebruiken om daar hun gegeven talenten
Tot uiting te brengen
In kleurrijke werken
Niet alleen hoekig en veel meer dan vijf

Een soort Greenwich Village
Een Haarlems Montmartre
De Hollandse nuchterheid niet zelden beland
Op bodems van kannen
Maar de wijsheid van leven
Blijvend in man en in vrouw

Kwasten en schrijfgerei en instrumenten
Maken De Vijfhoek een zotte fontein
Elektrik iconisch
Gaat Hannes maar door
Tussen en met verwanten van geest
En waar een andere bibliotheek
Dan die van de stad
Irrationeel maar met passie verkoopt

De Vijfhoek
Een artistieke enclave
Achter de winkelstraat
Waar toch de wirwar aan
In weer en wind winkelend massapubliek
Amper een boodschap aan heeft

Buurmans Gras

Buurmans gras is altijd groener
Hij is dan ook een echte doener
Want hij vertroetelt elke spriet
Die van zijn aandacht zo geniet

Zijn hele tuin houdt hij gezond
Het is een prachtig stukje grond
Maar de perfectie komt toch pas
Tot uiting in het groenste gras

Al wipt hij ook het onkruid weg
Of knipt weer eens secuur de heg
Het is zoals u raden kon:
Zijn troetelkind is het gazon

Buurmans gras is altijd groener
En al mijn pogingen die doen er
Niets meer toe want elke spriet
In mijn gazon valt in het niet

Zwanenburg

Als de suikerbietentijd weer was begonnen
Hing overal de geur van de fabriek
En had de voetbalclub opnieuw gewonnen
Dan was er vreugde bij een trouw publiek

Als de week weer naar het einde was gelopen
Ging het jonge volkje vrolijk aan de zwier
En wagenwijd stonden hun deuren open
Waarom bleef die van mij toch op een kier?

Het lag aan mij en niet aan jou
Kansen genoeg, maar zonder scoren
Al was de lucht vaak zomers blauw
Het zat vooral tussen mijn oren

Als de vogels van metaal mij luid passeerden
Of ik in stilte in mijn kamer zat
Leek niemand echt te zien wat ik ontbeerde
En dat ik zelfvertrouwen nodig had

Het lag aan mij en niet aan jou
Kansen genoeg erbij te horen
Al was de lucht vaak stralend blauw
Ik was alleen tussen mijn oren

Oude Ogen

Op de foto
Kijken haar ogen
Jong naar een wereld
Die niet meer bestaat

Veranderd
De stad en de auto's
Gemoderniseerd
En mede door foto's vergat
Zij de tijd
In zijn glijdende wijziging niet

Door oude ogen
Bekijkt zij de hare
Nog jong als de wereld
Die niet meer bestaat

En waarvan nog zichtbaar
Een foto haar rest

Pampus

Verrezen uit het wijde water
Nabij het grote Amsterdam
Ligt nu, zovele jaren later
Nog altijd Pampus, oud en stram

Bewapend was het garnizoen
Paraat stonden kanonnen
Toch is er niemand fier en koen
Ooit een gevecht begonnen

De Afsluitdijk werd aangelegd
En daarmee Pampus' pleit beslecht
Want het verwerd ten langen leste
Tot slechts een nutteloze veste

Nu spelen in de droge gracht
De kinderen piraat
Maar niemand wordt er meer verwacht
Die echt ten strijde gaat

Historie in het wijde water
Uit Muiden vaart men weer en heen
Ook nu nog, vele jaren later
Is Pampus meer dan staal en steen

Dennenlaan

Oh Dennenlaan
Die ooit de hoofdstraat was
In mijn verleden leven

George Rekers met
Zijn bakken vol vinyl
De M.A.V.O. even verderop
Voortgezet maar dorps

De eerste uitgedraaid
De tweede nu vervallen

Man Hing
Het restaurant Dat na verlies van Duitsland
Door Oranjefans bezet
Nog troost door eten gaf

Oh Dennenlaan
Nu rijd ik er doorheen

En in mijn achteruitkijkspiegel
Zie ik alleen nog terug
Het nieuwerwets bebouwd restant
Van een voorgoed verleden

Haiku Voor De Vier Seizoenen

Lente

Het is jong en groen
Waar lammetjes dartelen
En leven begint

Zomer

Het zwembadenweer
Laat bij aanhouding snakken
Naar regen zo koel

Herfst

Blaadjes ontgroenen
En verlaten hun bomen
Zonder groet of dank

Winter

Een deken van sneeuw
Vleit zich over het leven
En alles ligt stil

Watersnaters

Alle eentjes zwemmen in het water
De tweetjes blijven liever aan de kant
Want de eentjes met hun luid gesnater
Zijn voor de tweetjes reuze irritant

Alle eentjes zwemmen in het water
De drietjes maken zich totaal niet druk
Want de eentjes met hun luid gesnater
Weerhouden niet de drietjes van geluk

Ben jij een eentje, tweetje of een drietje?
Ik denk dat ik vaak als een tweetje doe
Terwijl je als een drietje meer geniet, je
Wordt dan van die eentjes niet zo moe

Iedereen is wel een watersnater
Van rustig aan tot snaterend misbaar
De eentjes, tweetjes, drietjes in het water
Zo zit toch het leven in elkaar

Rebel Corners Revisited

Een deken van verlatenheid
Die Rebel Corners overdekt
Zonder hartslag nu de slaap
Al zoveel jaren lang voorbij

Het einde nadert van de rit
Bevend ligt mijn oude hand
Op de verroeste deurkruk
Wederkerend tot het stof

Een whiskyglas, gebroken
Koude koffie, zo verbitterd
Als de beschonken waanzin
Waar Alice aan bezweek

Sweetheart, oude autobus
Overwoekerd door de tijd
Ver na de laatste passagier
Van de weg in het verleden

Vaarwel dan Rebel Corners
Ten afscheid kwam ik terug
Om nu in rode avondlucht
De horizon voorbij te gaan